Franse orgels in Nederland
FRANSE ORGELS IN NEDERLAND © 2018 Vincent Hildebrandt HOME

Schoonhoven

Oud-Katholieke kerk

192? - Le Mintier-Gloton

2006 - Hans van Rossum

I/7 - mechanisch

Dispositie

Clavier (C-g 3 ) Bourdon D 16 Bourdon B 8 Flûte Harmonique D 8 Violon-Celle B/D 8 Voix-Célèste D 8 Flûte-Octav B/D 4 Trompette B/D 8

Video’s

Gijsbert Kok
Het orgel in Schoonhoven is een zogenaamd ‘polyphone’: een klein (portable) orgel (met de grootte van een fors harmonium), uitgevonden door Louis Debierre. De pijpen in dit instrument kunnen meerdere tonen produceren: de langste pijpen zijn voorzien van 1-3 kleppen, waardoor één pijp 1-3 tonen kan maken. Hierdoor kon de grootte van het orgel aanzienlijk beperkt worden, terwijl het toch een fors geluid kan produceren. Gezien het feit dat Gloton zich in 1922 associeerde met Le Mintier en het bedrijf de naam Le Mintier-Gloton ging voeren, moet het orgel in Schoonhoven dus in of na 1922 gebouwd zijn. Het orgel begon zijn leven in de kloosterkapel van de Franse zusters van La Sagesse in Golden Green (Londen). Nadat dit klooster in 1970 werd gesloten, is het orgel geschonken aan Miss Juni Ellis. Vermoedelijk ging toen de originele windvoorziening, bestaande uit een magazijnbalg met daarbovenop twee schepbalgen, verloren. In 1985 schonk zij het instrument aan ‘The Mount School’ (Londen) waarna de firma Andrew Carter (Lakefield) een restauratie uitvoerde. Omdat men er nauwelijks gebruik van maakte besloot men in 1992 tot verkoop van het orgel. Via T. Boersma kon het worden aangekocht door de parochie te Schoonhoven. In 2006 werd een restauratie uitgevoerd door Hans van Rossum. De kas, mechanieken en windladen werden gerestaureerd en de windvoorziening gereconstrueerd met gebruikmaking van een originele historische windvoorziening uit een nagenoeg identiek instrument van dezelfde orgelmakers. Het gehele orgel is in een zwelkast geplaatst die door middel van een kniehevel kan worden bediend. Door het draaien van de registerknoppen is een aantal combinatiemogelijkheden in te stellen. Verder is er een knop voor een superoctaaf koppeling. Het transponeerbare klavier heeft een omvang van 67 toetsen, waardoor het mogelijk is zeer ruim te transponeren. De windlade heeft echter een omvang van C-g3; de functionele omvang blijft dus in alle gevallen 56 tonen. Bron: Website Hans van Rossum Orgelkrant januari 2006 Foto’s: Vincent Hildebrandt
Franse orgels in NL

Schoonhoven

Oud-Katholieke kerk

192? - Le Mintier-Gloton

2006 - Hans van Rossum

I/7 - mechanisch

FRANSE ORGELS IN NL © Vincent Hildebrandt HOME
Het orgel in Schoonhoven is een zogenaamd ‘polyphone’: een klein (portable) orgel (met de grootte van een fors harmonium), uitgevonden door Louis Debierre. De pijpen in dit instrument kunnen meerdere tonen produceren: de langste pijpen zijn voorzien van 1-3 kleppen, waardoor één pijp 1-3 tonen kan maken. Hierdoor kon de grootte van het orgel aanzienlijk beperkt worden, terwijl het toch een fors geluid kan produceren. Gezien het feit dat Gloton zich in 1922 associeerde met Le Mintier en het bedrijf de naam Le Mintier- Gloton ging voeren, moet het orgel in Schoonhoven dus in of na 1922 gebouwd zijn. Het orgel begon zijn leven in de kloosterkapel van de Franse zusters van La Sagesse in Golden Green (Londen). Nadat dit klooster in 1970 werd gesloten, is het orgel geschonken aan Miss Juni Ellis. Vermoedelijk ging toen de originele windvoorziening, bestaande uit een magazijnbalg met daarbovenop twee schepbalgen, verloren. In 1985 schonk zij het instrument aan ‘The Mount School’ (Londen) waarna de firma Andrew Carter (Lakefield) een restauratie uitvoerde. Omdat men er nauwelijks gebruik van maakte besloot men in 1992 tot verkoop van het orgel. Via T. Boersma kon het worden aangekocht door de parochie te Schoonhoven. In 2006 werd een restauratie uitgevoerd door Hans van Rossum. De kas, mechanieken en windladen werden gerestaureerd en de windvoorziening gereconstrueerd met gebruikmaking van een originele historische windvoorziening uit een nagenoeg identiek instrument van dezelfde orgelmakers. Het gehele orgel is in een zwelkast geplaatst die door middel van een kniehevel kan worden bediend. Door het draaien van de registerknoppen is een aantal combinatiemogelijkheden in te stellen. Verder is er een knop voor een superoctaaf koppeling. Het transponeerbare klavier heeft een omvang van 67 toetsen, waardoor het mogelijk is zeer ruim te transponeren. De windlade heeft echter een omvang van C-g3; de functionele omvang blijft dus in alle gevallen 56 tonen. Bron: Website Hans van Rossum Orgelkrant januari 2006 Foto’s: Vincent Hildebrandt

Dispositie

Clavier (C-g 3 ) Bourdon D 16 Bourdon B 8 Flûte Harmonique D 8 Violon-Celle B/D 8 Voix-Célèste D 8 Flûte-Octav B/D 4 Trompette B/D 8

Video’s

Gijsbert Kok