Franse orgels in Nederland
FRANSE ORGELS IN NEDERLAND © 2021 Vincent Hildebrandt HOME

Joseph Merklin

Breda, Gasthuis St. Elisabeth (1861) Breda/Ginneken H. Laurentius (1851) ‘s-Heer Abtskerke, Hervormde Kerk (1872) Ossenisse, r.k. St. Willibrordus (1856) Roosendaal, St Jan (1852) Someren-Eind, vm O.L.V. Tenhemelopneming (185?) Terheyden, H. Anthonius Abt (1866) Veenendaal, Sionskerk (1862) In de Sint Bonifatiuskerk te Leeuwarden restaureert Adema momenteel het hoofdorgel. Dit krijgt klavieren van Merklin, waarvan wel het toetsbeleg wordt vervangen. De terrassen met registerknoppen zijn niet van Merklin. Qua pijpwerk is er niets van Merklin aanwezig, reden waarom we dit orgel niet op deze site presenteren.
Joseph Merklin (1891-1905) werd geboren in 1819 in Oberhausen (Baden) en leerde zijn ambacht in het bedrijf van zijn vader, Franz Joseph Merklin. DIt bedrijf kwam voort uit de school van Korfmacher (1787-1860) en Walcker (1756-1843) met mogelijk lijntjes naar König en Stumm uit het Rijnland. Hij startte zijn eigen bedrijf in 1843, in België te Elsene, waar hij ook een jong talent (en zijn latere opvolger) in dienst nam: Pierre Schyven (1827-1915). In 1849 ging hij een partnership aan met zijn voorman en intonateur Friedrich Schütze: J. Merklin-Schütze et Cie. In 1855 kwam hij naar Parijs en nam daar direct het failliete bedrijf Ducrocquet-Barker (het vroegere Daublaine-Callinet) over. In dat zelfde jaar presenteerde hij zijn eerste instrument op de wereldtentoonstelling van dat jaar in Parijs. Het was een groot succes en hij kon het nadien verkopen aan de Parijse kerk Saint-Eugène, waar het nog steeds te vinden is, in redelijk authentieke staat. In 1858 vestigde hij zich definitief in Parijs: Société Anonyme pour la fabrication de grandes orgues. Hij zou weldra de grote concurrent worden van de beroemde Cavaillé-Coll. In 1870 verliet hij zijn bedrijf om opnieuw te beginnen: Joseph Merklin et Cie 1 . Na de Frans-Duitse oorlog van 1870 verhuisde hij naar Lyon in 1872. In 1880 startte hij een nieuw bedrijf met zijn schoonzoon Charles Michel: Merklin et Cie, dat echter ten onder ging in een ruzie tussen beide mannen. In 1884 koopt hij het brevet van Schmöle & Mols, en voorziet zijn instrumenten van electro-pneumatische tractuur volgens dit systeem. Charles Félix Michel ging toen verder met het bedrijf in Lyon, dat werd opgehevn in 1902 en in 1905 werd overgenomen door het Zwitserse bedrijf Kuhn (Michel- Merklin et Kuhn). Dit bedrijf werd in 1976 gekocht door Olaf Dalsbaek en de naam vernaderde toen in Dalsbaek-Merklin. Joseph Merklin verhuisde weer naar Paris en stichtte tezamen met zijn bedrijfsleider Joseph Gutschenritter een nieuw bedrijf onder de naam J. Merklin & Cie. Hij ging in 1898 met pensioen en zijn aandelen gingen over naar de ingenieur Philippe Decock. Zijn bedrijf werd voortgezet door Joseph Gutschenritter. Joseph Merklin stierf in 1905. Merklin-orgels onderscheiden zich vooral door zekere Duitse invloeden in de individuele timbres, in de tonale kracht van de tongwerken en cornetten en in de technische innovaties. 1 De Brusselse vestiging van het bedrijf werd toen overgenomen door Pierre Schyven. Schyven heeft een aantal orgels in Nederland gebouwd, zie verder hier. Referenties: de artikelenreeks van René Verwer ‘Joseph Merklin, Orgelmaker of Industrieel? in Het Orgel, april-mei-november 1983. Jan van Mol Het Merklin-orgel in het instituur Van Celst in Antwerpen weer tot klinken gebracht. Orglkunst 33, 2, juni 2010 Annelies Focquaert Joseph Merklin (1819-1905) in Vlaanderen en Brussel Orgelkunst 40, 3, 2017
Breda, Gasthuis St. Elisabeth
Franse orgels in NL

Joseph Merklin

FRANSE ORGELS IN NL © Vincent Hildebrandt
FRANSE ORGELS IN NL © Vincent Hildebrandt HOME
Joseph Merklin (1891-1905) werd geboren in 1819 in Oberhausen (Baden) en leerde zijn ambacht in het bedrijf van zijn vader, Franz Joseph Merklin. DIt bedrijf kwam voort uit de school van Korfmacher (1787-1860) en Walcker (1756-1843) met mogelijk lijntjes naar König en Stumm uit het Rijnland. Hij startte zijn eigen bedrijf in 1843, in België te Elsene, waar hij ook een jong talent (en zijn latere opvolger) in dienst nam: Pierre Schyven (1827-1915). In 1849 ging hij een partnership aan met zijn voorman en intonateur Friedrich Schütze: J. Merklin-Schütze et Cie. In 1855 kwam hij naar Parijs en nam daar direct het failliete bedrijf Ducrocquet-Barker (het vroegere Daublaine-Callinet) over. In dat zelfde jaar presenteerde hij zijn eerste instrument op de wereldtentoonstelling van dat jaar in Parijs. Het was een groot succes en hij kon het nadien verkopen aan de Parijse kerk Saint-Eugène, waar het nog steeds te vinden is, in redelijk authentieke staat. In 1858 vestigde hij zich definitief in Parijs: Société Anonyme pour la fabrication de grandes orgues. Hij zou weldra de grote concurrent worden van de beroemde Cavaillé-Coll. In 1870 verliet hij zijn bedrijf om opnieuw te beginnen: Joseph Merklin et Cie 1 . Na de Frans-Duitse oorlog van 1870 verhuisde hij naar Lyon in 1872. In 1880 startte hij een nieuw bedrijf met zijn schoonzoon Charles Michel: Merklin et Cie, dat echter ten onder ging in een ruzie tussen beide mannen. In 1884 koopt hij het brevet van Schmöle & Mols, en voorziet zijn instrumenten van electro-pneumatische tractuur volgens dit systeem. Charles Félix Michel ging toen verder met het bedrijf in Lyon, dat werd opgehevn in 1902 en in 1905 werd overgenomen door het Zwitserse bedrijf Kuhn (Michel- Merklin et Kuhn). Dit bedrijf werd in 1976 gekocht door Olaf Dalsbaek en de naam vernaderde toen in Dalsbaek-Merklin. Joseph Merklin verhuisde weer naar Paris en stichtte tezamen met zijn bedrijfsleider Joseph Gutschenritter een nieuw bedrijf onder de naam J. Merklin & Cie. Hij ging in 1898 met pensioen en zijn aandelen gingen over naar de ingenieur Philippe Decock. Zijn bedrijf werd voortgezet door Joseph Gutschenritter. Joseph Merklin stierf in 1905. Merklin-orgels onderscheiden zich vooral door zekere Duitse invloeden in de individuele timbres, in de tonale kracht van de tongwerken en cornetten en in de technische innovaties. 1 De Brusselse vestiging van het bedrijf werd toen overgenomen door Pierre Schyven. Schyven heeft een aantal orgels in Nederland gebouwd, zie verder hier. Referenties: de artikelenreeks van René Verwer ‘Joseph Merklin, Orgelmaker of Industrieel? in Het Orgel, april-mei-november 1983. Jan van Mol Het Merklin-orgel in het instituur Van Celst in Antwerpen weer tot klinken gebracht. Orglkunst 33, 2, juni 2010 Annelies Focquaert Joseph Merklin (1819-1905) in Vlaanderen en Brussel Orgelkunst 40, 3, 2017
Breda, Gasthuis St. Elisabeth (1861) Breda/Ginneken H. Laurentius (1851) ‘s-Heer Abtskerke, Hervormde Kerk (1872) Ossenisse, r.k. St. Willibrordus (1856) Roosendaal, St Jan (1852) Someren-Eind, vm O.L.V. Tenhemelopneming (185?) Terheyden, H. Anthonius Abt (1866) Veenendaal, Sionskerk (1862) In de Sint Bonifatiuskerk te Leeuwarden restaureert Adema momenteel het hoofdorgel. Dit krijgt klavieren van Merklin, waarvan wel het toetsbeleg wordt vervangen. De terrassen met registerknoppen zijn niet van Merklin. Qua pijpwerk is er niets van Merklin aanwezig, reden waarom we dit orgel niet op deze site presenteren.